Schoonebeeker schaap

Het Schoonebeeker schaap dankt zijn naam aan de plaats Schoonebeek in Drenthe. Het is ontstaan toen de schrale gronden van Drenthe vruchtbaarder werden gemaakt. Toen had met behoefte aan een schaap dat wat forser was en meer vlees op de botten had. Er wordt verondersteld dat het Drents heideschaap en het Bentheimer schaap een belangrijke rol hebben gespeeld bij het ontstaan van het ras.

 

Grassige heide

Hoe dan ook, het is een heideschaap en wordt gebruikt voor de begrazing van heidevelden waar relatief veel gras staat. Dit type schaap is ook geschikt om grasrijke natuurgebieden te begrazen, want het zorgt ervoor dat kruiden en wilde plantjes de kans krijgen zich te ontwikkelen. Zo bevorderen zij de biodiversiteit. De Schoonebeeker stelt weinig bijzondere eisen aan zijn voeding, verzorging en onderkomen. Doordat ze jarenlang gehouden werden in ruige gebieden, is het ras door natuurlijke selectie sober geworden en zelfredzaam.

 

Een Romeinse neus

Opvallend aan het ras zijn de hoge benen. Het is het grootste heideschaap in Nederland. de lange poten, de geboegen neuslijn (Romeinse neus) en de sierlijke en opgerichte houding geven het ras iets adellijks. In tegenstelling tot zijn provinciegenoot (het kleinere Drents heideschaap) heeft het ras geen horens. Schoonebeekers kunnen allerlei kleuren hebben. Kleuren die we allemaal herkennen zoals wit, zwart en zwartbont. Maar ook bijzondere kleuren zoals donkervos, vaalvos of een lichte vos. En wat te denken van de kleur smodde (modder)? Dat is een schaap met grote donkere vlekken op de kop, net als modder. De vacht van de Schoonebeeker is lang en sluik. Door de lange, harige structuur is de wol van het Schoonebeeker schaap erg geschikt om mee te vilten.